FIRE | action by firegym

Beginpagina > SportsMonitor > Les geven in Brussel aan die "lastige kinderen"!?

Les geven in Brussel aan die "lastige kinderen"!?

Antwoorden op vragen van studenten lichamelijke opvoeding in het Brusselse.

dinsdag 6 januari 2009, door Admin


Les geven in Brussel aan die "lastige kinderen"!? Antwoorden op vragen van studenten lichamelijke opvoeding in het Brusselse.

In de HUB hogeschool campus Parnas te Dilbeek hebben de tweedejaars studenten een inleefstage achter de rug in Brusselse scholen. De meeste studenten zijn autochtoon en hebben veel vragen over Brussel. Tijd om experts uit te nodigen! Eén van hen was Dieter Truyen. Werkzaam in Molenbeek bij Buurtsport Brussel, actief in de Molenbeekse scholen: middagsport, naschoolse sport, opzetten van sportclubs, sportevenementen. Hieronder de vragen en de antwoorden. Nadien kregen de studenten L.O. zelf les. Grappling spelletjes, veel contact, veel beweging, veel plezier en we hebben niemand moeten straffen!

"Bestaat er wel degelijk een verschil tussen het onderwijs in Vlaanderen en in Brussel?"
- Dieter: Ik geef vooral les in Brussel en bijna nooit buiten Brussel. En als dat dan toch gebeurt, dan merk ik dat het eenvoudiger is, "maar daarom niet leuker". Leraars kiezen om buiten Brussel les te geven of om juist in Brussel les te geven! Sociaal werkers en sportleraars maken diezelfde keuze. Feit is dat de keuze om in Brussel les te geven blijkbaar een geëngageerde keuze is enerzijds of omdat er geen andere vacature beschikbaar was anderzijds. Voor de tweede groep wordt het vervolgens een uitdaging of een bron van frustratie, wachtend op een vrij gekomen post buiten Brussel. Maar het is niet omdat je de uitdaging wil aangaan dat je er ook succesvol in zal zijn. Dat hangt af van heel wat factoren.

"Wat zijn de grootste verschillen tussen een gewone school en een Brusselse?"

- Dieter: Wat zijn de verschillen tussen Brussel en andere streken? Daar weet iedereen wel het antwoord op! Werkloosheid, armoede, krappe behuizing, veel werkflexibiliteit, gebrekkige opleiding,… en de vraag is of dit een invloed heeft op de kinderen en jongeren? Natuurlijk! Ook binnen Brussel is er een verschil tussen de scholen in de rijkere gemeenten bevolkt door de middenklasse en de scholen in de armere gemeenten. Maar blijkt dat we dat snel vergeten als we als leraar zelf in de problemen komen, dan hebben we het plots over hyperkinetische kinderen, gedragsproblemen, ouders die in de fout gaan, alsof die sociale realiteit plots verdwenen is. En dan maak je een zeer grote fout die je duur komt te staan. De kinderen en ouders gaan zeer goed aanvoelen dat je hen de schuld geeft, juist aan diegenen die al slachtoffer zijn. Sta open voor die sociale realiteit, confronteer jezelf er mee, ga eens op bezoek bij kinderen thuis. Zeker als je woont buiten Brussel. Zoek eens wat cijfers op, vraag jezelf eens af of de sociale omgeving geen gestreste kinderen produceert. "Jullie zijn net koeien, zoals jullie lawaai maken!". "Jullie zijn net varkens." Jullie zijn net…" hoor ik de L.O. juffrouw zeggen. Zelf is ze gestrest, haar onmacht voedt haar vooroordelen. Stel je voor dat je dat als kind telkens opnieuw moet horen. Dan loopt het slecht af. Een geëngageerde directeur en / of medeleraars is zeker een belangrijke hulp om succesvol les te geven en die zijn er in Brussel.

"Hoe verdien je het snelst het respect van kinderen van vreemde afkomst die steeds lastig doen?"

- Dieter: "Ben je lastig omdat je van vreemde afkomst bent?" en /of "Doen kinderen van vreemde afkomst steeds lastig?" De vermeende afkomst heeft niets te maken met een bepaald gedrag van een kind in de les. Er zijn eveneens kinderen die dat gedrag niet vertonen. Vooroordelen gaan je verhinderen om een goede leraar te worden en pedagogische oplossingen te vinden. Jouw job is er om er voor elk kind te zijn, en zeker voor diegenen die het het moeilijkst hebben. "Doet een kind steeds lastig?" Neen! Geen enkel kind doet altijd lastig. Vertrek van een positieve ingesteldheid. Benadruk altijd het positieve in plaats van je te fixeren op het negatieve waarmee je vooral jezelf gaat versterken in de overtuiging dat het een "hopeloos geval" is. Uiteindelijk gaat die kleine ook geloven dat hij niets kan. Hou je duim klaar en steek hem regelmatig in de lucht en voeg er aan toe "goe bezig!". Vraag je af op het einde van de les hoeveel keer je de "goe bezig-duim" gebruikt hebt. Een directrice die op de leraarsvergadering stelt dat je met "dat en dat kind" geen tijd moet verliezen, is een realiteit en je zal op die school als startende leraar weinig hulp bekomen. Leraars die kinderen "laten vallen" zijn een realiteit. Waar ga je dan hulp halen? In andere scholen heb je zeer gedreven directies. Ga maar na voor jezelf, wat heb jezelf ondernomen met de moeilijkste of zwakkere, kwetsbaardere kinderen? "Hoe kan dat nu dat je dat nog altijd niet kan?" Je zit al in de derde kleuterklas". "Knoop je veters zelf !"

"Wordt U niet gedemotiveerd en moedeloos om steeds met zo’n moeilijke jongeren te werken?"

- Dieter: Soms ga je met een slecht gevoel naar huis. Een soort van chemische reactie in je hoofd, na een slechte les. Hoe pak ik het de volgende keer aan? Lesgeven is leren, ook door zelf ten onder te gaan. Eigen aan Brussel is dat je sneller met je zwakke punten geconfronteerd wordt. Je eerste les en niemand luistert, maar horen ze je wel? Je moet nog leren om je stem te verheffen om de start van je les aan te kondigen. Je eigen onmacht vaststellen is niet leuk. Maar het gaat niet over jouw, maar wel over die kinderen hun welzijn. De vaste leraar heeft zijn systeem al ontwikkeld. Maak daar gebruik van, vraag hoe hij/zij de les opstart, zodoende profiteer je al van een aantal verworvenheden. Dat vraagt bij iedereen tijd. Als vaste leerkracht verlies je aanzien en respect van de kinderen als je het opgeeft en dat is ook het antwoord op de vraag: "Hoe bekom je respect?" De kinderen willen sporten, ze verlangen van jou om dat mogelijk te maken. Ik vertrek van het standpunt: "Er zijn geen moeilijke kinderen, er zijn alleen slechte leraars." Komt er op aan om jezelf in vraag te stellen, om voorstellen te formuleren. Als ik het al niet opgelost krijg, het is toch mijn beroep, hoe kan je dan verlangen dat de ouders het wel kunnen? Doe zoveel mogelijk ervaring op in Brussel voor je van start gaat in het Brussels onderwijs als leraar. Meedraaien op sportkampen van Buurtsport Brussel bijvoorbeeld, vrijwilligerswerk in een Brusselse volkse sportclub zoals Fire Gym,… Maar ik merk dat de meeste studenten L.O. die in Brussel school lopen, zowel licentiaten als regenten, kiezen om les te geven buiten Brussel ook al is de verloning dezelfde. Waarom het moeilijk maken als makkelijk ook gaat!

"Hoe los je het probleem op wanneer een leerling storend gedrag vertoont maar de ouders er zich niets van aantrekken waardoor de leerling de juiste waarden en normen niet heeft die een leerling moet hebben?"

- Dieter: "Ouders die zich niets aantrekken van hun kinderen?" Misschien pakken de ouders het verkeerd aan, zien ze zelf geen oplossing, zitten ze zelf in de miserie,... ga op zoek naar de realiteit door een open gesprek aan te gaan. Veroordelen heeft meestal als gevolg dat alle pistes zich sluiten, voor jezelf als leraar, en vooral voor het kind. Vele Brusselse ouders in de volkswijken zijn zelf laag geschoold, met precaire werksituatie, soms alleen één tafel om met z’n allen thuis te studeren, en uitgerekend zij moeten met de vinger worden gewezen. Maar vergis je niet, een kleine kan zich thuis perfect gedragen, de afwas doen, … maar op school een levend woordenboek van scheldwoorden zijn. Denk je dat de ouders hem dat geleerd hebben, neen blijkt! "De juiste normen en waarden". Je bedoelt dan "niet tegenspreken", "blijven zitten", "zwijgen", "luisteren", … uiteindelijk is dat toch "opvoeden" en waarom is dat ook niet de taak van de school? Wie gaat er dan wel werk van maken? De school wil zich meer en meer toeleggen op enkel de kennisoverdracht en alles wat in de weg staat is een probleem. Is dat niet eerder de druk van de eindtermen, de evaluaties? Sport is bovendien een uiterst geschikte manier om samenwerking te gaan organiseren en hulpvaardigheid. En de ouders, die sturen massaal hun kinderen naar sportclubs omdat ze willen dat hun kinderen zich ontplooien, leren, discipline bekomen. De ouders nemen hun verantwoordelijkheid!

"Waar hou je best rekening mee in elke les?"

- Dieter: Ook al heb je een goede les uitgewerkt, je moet van start geraken. Zorg dat alles klaar staat! Laat ze naar de wc gaan voor je de sportzaal binnengaat. Omkleden is meestal miserie in het basisonderwijs in Brussel. Geen kleedkamers,te klein, kleren in het stof, … sommigen hebben hulp nodig, terwijl de anderen al overal op en afkruipen. Zoek oplossingen, laat dat kindje zich eerder omkleden, voorzie hulp, laat andere kindjes helpen, schakel enkele 6de jaars in om te helpen. 1,2,3… en iedereen "ZIT". Waar? Voorzie genoeg plaats! Bij drieeeee "ZIT", geen rommel in de buurt. De laatste die te laat zit, gaat onmiddellijk naar de strafbank. Indien je meer dan één kind op de strafbank plaatst, is het "leuker op de bank" dan in de les, dat kan de bedoeling niet zijn. "Spreek als het stil is", eventueel wachten en nog iemand naar een strafbank, ofwel laat je ze wisselen. Maar let op, je hebt nog niets bewezen, overdrijf niet, geef jezelf de kans om zo snel mogelijk te starten met een leuke dynamische start. Diegene die op de bank zit moet onmiddellijk het gevoel krijgen van "kon ik maar meedoen". Geef hem die kans ook! Doet hij de oefening goed, duim in de lucht, zoek naar het positieve, en 1,2,3… iedereen "ZIT". Volgende oefening.

"Ik vind dat hij soms te streng optreedt tegenover zijn leerlingen."

- Dieter: Streng is één zaak, maar de bedoeling is dat de les lukt met deelname van alle kinderen. Dus ik zet ze op de strafbank gedurende enkele minuten. Na 5’ geef ik een nieuwe oefening. Dus één, twee, drieeee, en veel kans dat er iemand anders op de strafbank vliegt. Sommige leraars straffen een kind van begin af aan voor de hele les, dat is uitsluiten i.p.v. straffen. Het kind weet meestal niet meer waarom, hij heeft geen les gehad, dat kan niet, en je verliest als leraar je respect. De straf is ontdaan van zijn opvoedkundige rol.

"Als je straft krijg je de ouders op de nek, die staan de volgende dag aan de schoolpoort!"

- Dieter: Dus zijn het bezorgde ouders die opkomen voor hun kinderen. Reden te meer om met deze ouders een samenwerking op te zetten ten voordele van het kind. Als een kind de straf begrijpt en aanvaardt kan hij ze ook aan zijn ouders correct uitleggen en win je het vertrouwen van de ouders. "Waarom heb ik je gestraft?" "Welke straf heb je verdiend?" "Kies zelf maar een straf." "Vindt je die straf niet te licht?" Na dat gesprek en onderhandeling "actie". Het kind kiest meestal een actieve straf, hij wil bewegen. Goed, onderhandel de straf die van hem/haar een fysieke inspanning vraagt die grensverleggend is maar wel realistisch. Op deze manier zou je ook graag zelf behandeld worden, neen?

"Is er een tovertruc?"

- Dieter: Ja, er moet vaart in de les zitten. De les is het belangrijkste, niet de straffen! Die verlammen de les en straffen diegenen die wel op tijd geluisterd hebben. Veel variatie in de oefeningen. Op 40 minuten moet je toch een 6 à 8-tal verschillende oefeningen hebben. Gebruik maken van circuits, van spelvormen waar iedereen voortdurend in beweging is. Veel beweging is gelijk aan veel plezier. Kinderen laten samenwerken, elkaar helpen om een nieuwe oefening uit te voeren. Moedig hen aan, toon dat je het belangrijk vindt dat ze in de opdracht slagen, word zelf ook een onderdeel van de les. En ja, dat is vermoeiend, maar ook plezierig. Maar zet kinderen niet in een rij, om beurten een koprol en terug in de rij, saaier kan niet! Je zou voor minder in de billen beginnen te knijpen van diegene die voor je staat. Geloof in je les, in de oefening, jouw enthousiasme moet zichtbaar zijn en besmettelijk voor de kinderen. Als je de oefening zelf leuk vindt dan is ze meestal ook goed.

"Hoe behandel je het beste een heel moeilijke leerling? Een leerling die - ook al geef je hem straf - toch niet luistert?"

- Dieter: Bezie hem als een levend wezen, als een kind dat jou nodig heeft, en niet als een te weren voorwerp. Luisteren, praten,… neem bijvoorbeeld tijd na de les om eens samen te zitten. Begrijpt hij/zij dat je hem gestraft hebt? Geef hem het woord, start een dialoog,… geef hem aandacht. Zoek samen een oplossing. Evalueer samen opnieuw na de volgende les. Wat vond je positief, waar ging het nog mis. Kan je voor elke kind een meerwaarde betekenen? Soms zit je vast! Maar ga dan niet meeheulen met diegene die het kind opgeven, want dan is de oplossing er zeker niet. Zoek naar collega’s met dezelfde ingesteldheid. Beken dat je vast zit. Vertellen en beschrijven van een probleemsituatie kan je op weg zetten naar een oplossing zolang je de kleine maar niet in een "hokje" gaat stoppen. Als een kind daarentegen negatieve aandacht zoekt en op de grond stampt terwijl je het spel uitlegt,… je uitdaagt, als de vraag om te stoppen niet helpt, loop dan niet in de val, laat hem doen. Start zo snel mogelijk de volgende oefening zodat de anderen hun les kunnen verder zetten.

"Wat doe je als de les helemaal uit de hand loopt?"

- Dieter: Kan gebeuren als je les niet goed is! Kinderen komen naar de sportles met veel verwachting, maar ze staan stil, weer hetzelfde, uren uitleg,…dan ben je zelf de oorzaak en dien je de les snel te dynamiseren. Je les kan uit de hand lopen door een conflict tussen twee kinderen waarop je verkeerd gereageerd hebt. Eén van hen aanvaardt de onrechtvaardige straf niet! Kinderen die met zichzelf in de knoop liggen, gaan zeer hard protesteren tegen een onrechtvaardige straf. Luister altijd eerst naar de beide versies, al snel kom je te weten wie er in fout was. Maar leg je les ondertussen niet stil, want dan straf je de anderen. Zet ze beiden eerst aan de kant, uit elkaar, met de boodschap: "Wacht, ik kom naar jullie luisteren." Geef aan de anderen je volgende oefening en los dan het conflict op. Zeg eventueel iets over het conflict op het einde van de les als je merkt dat de hele klas daar nood aan heeft. Durf eens te experimenteren met je straffen. Twee kinderen hebben ruzie, ze zijn aan elkaar gewaagd en beiden in de fout, ze mogen terug meedoen op voorwaarde dat ze gedurende 5’ naast elkaar zitten met de arm op de schouder van de "vijand". En telkens als je naar hen kijkt "moeten ze samen lachen".

"Hoe kun je ze best echt motiveren?"

- Dieter: Doe regelmatig iets speciaals. Dat hoeft niet veel geld te kosten. Organiseer samenwerkingsopdrachten waarbij ploegen samengesteld worden met oudere en jongere kinderen. Leer de kinderen fietsen, velen kunnen dat niet. Maak een te gek, "reis rond je wereld" parcours. Circuits met proeven die hun verbeelding tarten. Het "onze meester is een zot geval"! Leef toe naar een aantal hoogdagen, 4 à 5 per jaar. In Brussel maken heel wat scholen gebruik van het bestaande aanbod, meer als in de rest van Vlaanderen, heb ik de indruk. Dat is tevens een belangrijke reden om in Brussel les te geven. Er is daar een enorme openheid om initiatieven te lanceren.

"Waar liggen de knelpunten volgens U in het Brussels Onderwijs?"

- Dieter: Er is een probleem met het onderwijs, en in Brussel is er bovendien een probleem van armoede,... Het onderwijs in Brussel zou de emancipatie moeten bewerkstelligen maar bevestigt veelal de sociale klassen, het herproduceert ze. Dat is ook de grote vraag die je in je achterhoofd moet houden. Wat is er nodig om die emancipatie te realiseren? Meng je in dat debat! Huiswerk meegeven? Laten we dat huiswerk dan op school maken. Eens kijken of de leraars er beter in slagen dan de ouders die veelal kop van jut zijn. Daarvoor zijn meer leraars nodig en is beter dan de zelfhulpgroepen die ouders nu opzetten, de zogenaamde huiswerkklasjes. Meer activiteiten in het Nederlands, laten we naschools sportactiviteiten aanbieden, maar hiervoor heb je ook extra middelen nodig. Vele antwoorden bestaan, maar ze moeten vertaald worden in structurele oplossingen; vast personeel met extra vorming in de beste ervaringen op het terrein. Maar de druk moet ook van de ketel. In België en zeker in Vlaanderen kennen we enorme opgang van het "hyperkinetische kind", het "amfetamine kind", rilatine slikkend om zich te concentreren. De eindtermen van het onderwijs, de over te dragen kennis neemt toe. Het is belangrijk dat we als leraar meer tijd hebben om de kennis over te dragen. De eindtermen moeten gehaald worden op het einde en niet per jaar afgemeten worden. Dubbelen, heroriënteren is een nefaste pedagogische aanpak waarmee je een negatieve spiraal in werking zet. Een gemeenschappelijke opleiding tot 16 jaar met dezelfde leraars is beter voor het welzijn van het kind en een succesvollere manier om het toenemende volume aan kennis succesvol over te dragen.

Dit artikel beantwoorden


De activiteit van de site opvolgen RSS 2.0 | Overzicht van de site | Privé-site | SPIP | sjabloon